Ik schrijf dit stukje terwijl op de televisie de 500 meter schaatsen wordt verreden. Zo’n wedstrijd wordt in iets meer dan 34 seconden beslist. Voor sommigen van ons is dat ongeveer de tijd die we nodig hebben voor de voorbereiding van één slag.
Een golfslag zelf duurt misschien twee seconden. Speel je negen holes in pakweg 45 slagen, dan ben je bij elkaar opgeteld nog geen anderhalve minuut écht intensief bezig. De rest van de tijd denken we na, lopen we, rekenen we, twijfelen we — of praten we onszelf moed in.
Misschien is golf daarom wel meer een denksport dan een krachtsport. In die anderhalve minuut slaan kan het verschil worden gemaakt, maar in de overige twee uur wordt het verschil vaak beslist.
Zo voelde het vandaag ook. Na acht holes had ik 20 stablefordpunten bij elkaar geslagen en een superscore lag binnen handbereik. De afslag op hole 9 was prima — zelfs zó goed dat ik geduldig moest wachten tot de flight voor mij de green had verlaten voordat ik mijn tweede slag kon doen.
In de tussentijd begon het rekenen al. Als ik de green haal en het met twee putts afmaak, kom ik op 23 punten. Dat zou zomaar genoeg kunnen zijn voor de winst.
U raadt het al: de tweede slag ging faliekant mis en verdween rechtstreeks het water in. Na het droppen moest de volgende slag in ieder geval naast de hole eindigen om nog iets te redden. De bal lag flink onder mijn voeten, dus ik mikte ruim naar links. Iets te ruim — want daar stond nog zo’n afgeknotte wilg. De bal raakte vol de stam en koos opnieuw het water.
Einde hole 9. Einde droom. De teller bleef steken op 20 punten.
Melvin van Ravesteijn deed het beter. Op hole 9 maakte hij als enige van de dag een birdie en dat bleek precies genoeg voor de dagwinst met 21 punten. Ik bleef steken op 20 punten, net als Joop Bartelings.
Naast de birdie bal ontving Melvin drie ballen voor de dagwinst en een extra bal voor de tweary op hole 5. Het laatste balletje ging naar Michiel Roering, die — net als vorige week — de tweary op hole 2 wist te verzilveren.
Guus