title=Tijdens de zaterdag wintercompetitie worden aan elke flight enkele golfregelvragen meegeven. Hieronder de vragen en antwoorden van 24 november.

Regelvragen van deze week:

1. De speler slaat zijn bal vanuit de fairway in een bunker naast de green. De bal ligt ingebed achter in de bunker, zodanig dat de speler geen slag kan doen. Hij verklaart zijn bal onspeelbaar, maar in de bunker is geen plek om te droppen die niet dichter bij de hole is.
Waar moet de speler droppen?

A. Op een plaats in de bunker waar de onspeelbare ligging zo veel mogelijk wordt ontweken.
B. Buiten de bunker ergens op het verlengde van de lijn tussen de hole en de plek waar de onspeelbare bal lag, met bijtelling van een extra strafslag voor het droppen buiten de bunker.
C. Buiten de bunker binnen twee clublengtes vanaf het punt waar de bal onspeelbaar lag.
D. Zo dicht mogelijk bij de plek vanwaar de oorspronkelijke bal het laatst werd gespeeld.

2. Uw bal ligt in de ROUGH ingebed in zijn eigen pitchmark. Wat zeggen de Regels?

A. U mag de bal opnemen, schoonmaken en zonder straf droppen zo dicht mogelijk bij de plaats waar de bal lag, maar niet dichter bij de hole.
B. U mag de bal opnemen, u mag de bal NIET schoonmaken en u mag hem zonder straf droppen zo dicht mogelijk bij de plaats waar de bal lag, maar niet dichter bij de hole.
C. U mag of handelen volgens Regel 28 (Onspeelbare bal), of u moet, indien u geen strafslag wilt
oplopen, de bal spelen zoals hij ligt.

3. De bal van een speler komt op de green tot stilstand. Op zijn putttinglijn ligt een plas water
(tijdelijk water). Hij bepaalt zijn dichtstbijzijnde punt zonder belemmering ongeveer twee meter van
zijn bal, niet dichter bij de hole en in lichte rough buiten de green. De speler:

A. moet zijn bal binnen een stoklengte van dit punt droppen.
B. mag niet zonder straf het tijdelijke water op zijn putttinglijn ontwijken.
C. moet zijn bal plaatsen op dit punt.
D. moet een ander punt bepalen dat op de green is.

Antwoorden:

1. Juiste antwoord: D
Uitleg: Van de drie mogelijkheden om uit een onspeelbare situatie te raken blijft alleen de mogelijkheid over terug te gaan naar de plaats waar het laatst geslagen is. De twee andere opties, binnen twee stoklengten of op een rechte lijn door de plek waar de bal ligt en de hole achter die plek, zijn dichter bij de hole of buiten de bunker.

2. Juiste antwoord: C
Uitleg: De bal ligt in de rough en dat behoort niet tot elk kort gemaaid gedeelte van de baan volgens de definitie. U mag daarom niet zonder straf de pitchmark ontwijken. U hebt de keuze om uw bal onspeelbaar te verklaren met één strafslag of de bal te spelen, zoals deze ligt.
De Golfregels bepalen:
Op elk kort gemaaid gedeelte door de baan mag een bal die in de grond is ingebed in zijn eigen
pitchmark, zonder straf worden opgenomen, schoongemaakt en gedropt zo dicht mogelijk bij de plek waar hij lag, maar niet dichter bij de hole. Bij het droppen moet de bal eerst een deel van de baan raken dat door de baan ligt. ”Kort gemaaid gedeelte” betekent elk deel van de baan, daarbij inbegrepen paden door de rough, gemaaid op fairwayhoogte of lager.

3. Juiste antwoord: C
Uitleg: Ook al ligt het dichtstbijzijnde punt buiten de green dan moet de speler toch de bal plaatsen
omdat de bal oorspronkelijk op de green lag en de procedure dan plaatsen voorschrijft.