We spelen nu een jaar volgens de principes van ready golf maar het lijkt bij de meesten van ons toch wat weggezakt. Om het speelplezier van de andere spelers op de baan te verhogen willen wij jullie vragen onderstaande tips nog eens door te nemen en toe te passen bij je spel.

1. Harken? Sla alvast!

De bal van je medespeler ligt in de bunker. Je medespeler slaat de bal en ligt vervolgens nog steeds verder van de hole af dan jouw bal. Sla in dit geval alvast jouw bal zodat je medespeler de tijd heeft om de bunker te harken en zich voor te bereiden op de volgende slag.

2. Meteen uitholen

Op de green heb je jouw bal dichtbij de hole geputt, maar ook dichtbij de lijn van je medespeler. Hole dan vast uit. Dit is sneller dan opnieuw je bal markeren, je medespeler laten putten en dan zelf putten.

3. Soms voor je beurt slaan

Jij bent klaar om te slaan maar je medespeler, die eigenlijk aan de beurt is, nog niet. Sla dan als eerste zodat je medespeler daarna kan slaan en de tijd heeft om zich nog voor te bereiden op de volgende slag.

4. Lastige bal

Het kan zijn dat je medespeler verder weg ligt dan jij maar een lastige slag heeft. Je medespeler heeft wat tijd nodig om zijn of haar opties te bekijken. Als het veilig is, sla dan eerst jouw bal. Dan heeft je medespeler wat meer tijd en kan hij of zij slaan nadat jij je bal hebt geslagen.

5. Eerst slaan, dan zoeken

Je medespeler heeft de bal in het bos geslagen en jouw bal ligt prachtig op de fairway. Sla dan eerst je eigen bal op de fairway en ga daarna helpen met zoeken. Dat kan behoorlijk wat tijd schelen.

6. Voor de green eerst

Jouw bal ligt aan de voorkant van de green en de bal van je medespeler ligt over de green. Chip jouw bal dan eerst vanaf de voorkant van de green zodat je medespeler de tijd heeft om naar de achterkant van de green te lopen.

7. Kortere afslagen eerst

Het komt weleens voor dat je op de groep vóór je moet wachten. Misschien is je medespeler, een longhitter, aan de beurt om te slaan, maar die heeft de kans de spelers voor jullie te raken. Jij slaat wellicht korter en kan de spelers voor je nooit raken. Sla dan als eerste vanaf de tee, dat scheelt weer wat tijd.

8. Een korte pre-shot-routine

Een pre-shot-routine herhaal je bij iedere slag. Als deze kort is, kan dit veel tijd schelen in een golfronde. Een goede en veelgebruikte routine is ‘staan, oefenswing, slaan’. Hoe langer je over je slag gaat nadenken hoe slechter die meestal gaat. Je golfprofessional kan je helpen met het vinden van je juiste (korte) pre-shot-routine.

9. Klaar staan

Zorg ervoor dat je al helemaal klaar bent om te spelen als je aan de beurt bent. Dit voorkomt veel frustratie van andere spelers en de ronde zal ook een stuk sneller gaan. Vlak voordat je bij je bal aankomt kun je alvast kijken wat de windrichting is. Gebruik je een rangefinder? Laser dan alvast de afstand terwijl anderen slaan en doe dat niet pas als het jouw beurt is.

10. Speel een provisionele bal

Zodra je denkt dat je bal verloren of buiten de baan zou kunnen zijn, speel je een provisionele bal. Stel dat de eerste bal verloren is, dan hoef je niet terug te lopen naar de plaats waar je vandaan kwam omdat je al een provisionele bal hebt gespeeld.

11. Scores op de juiste plek noteren

Noteer de score pas als je bent aangekomen op de volgende afslag. Dan is de hole die je net hebt gespeeld vrij voor de groep achter je. Wie als eerste afslaat op de volgende hole, noteert de score pas na de afslag, terwijl anderen afslaan. Kijk wel altijd mee bij de afslag van anderen! Hoe meer mensen meekijken, hoe eerder een scheve afslag wordt gevonden.

12. Kies de juiste tee

De keuze van de afslagplaats heeft veel invloed op de snelheid van het spel. Als een beginnende golfer van de gele of witte afslag speelt heeft hij/zij doorgaans meer slagen nodig en duurt een ronde ook aanzienlijk langer. Tevens kan het spelen van de juiste afslag ervoor zorgen dat je een aantal lastige hindern