Raar stelletje hoor. Het is dat ik Guus (voor mij meneer Koning) niks kan weigeren, maar anders had ik gezegd: sorry hoor, maar hier vermors ik geen inkt aan. Om je dood te schamen. Bezetten op een door regen en wind geteisterde donderdagmiddag met zijn zesendertigen tegelijk de baan, slaan schreeuwend, joelend en met een opvatting die met topsport net zoveel te maken heeft als Youp van ’t Hek met de ‘Bond tegen Vloeken’ een paar balletjes de lucht in (als ze daartoe tenminste al in staat zijn) en maken na afloop van die sessie in het clubhuis de kachel aan met iedereen die probeert voor een moment het woord te nemen.

Want zeg nou zelf. Daar tracht de uiteindelijke winnaar van die negen holes durende orgie ondanks alle reeds achterover geslagen drank toch nog een dankwoord uit te spreken. Dat doet-ie ook nog eens luid en duidelijk, want daar is het Nico Koopman voor. Maar wat doet het aan de stamtafel aangeschoven rapalje? Dat klapt al voordat Nico toegeeft, dat hij nooit zo hoog zou zijn geëindigd als hij Willem Stoop en iemand wiens naam verloren ging in het lawaai van om bier en Beerenburger schreeuwende toehoorders niet als flightgenoten had gehad. En joelt (te schandalig voor woorden) ‘afronden, afronden’ als hij nog maar net met zijn speech is begonnen.

Toegegeven, wedstrijdleider Tom ‘heren, heren’ Bleijendaal had al eerder voor grote commotie gezorgd. Tijdens de prijsuitreiking immers riep hij eerst Rob van den Dobbelsteen tot winnaar uit. Niet geheel en al de schuld van Tom overigens, maar meer die van Rob. De lieverd (een door de Bond van Huisvrouwen goedgekeurde digibeet) had, staand voor de computer, niet het aantal slagen ingevoerd maar de gescoorde stablefordpunten. Hallo. Hoe stom kan je zijn? Dat de computer niet crashde, moet als een wonder der techniek worden beschouwd. Een stroom aan birdies, eagles en zelfs albatrossen, leidde tot een puntentotaal van 55 stablefordjes. ‘Hier klopt waarschijnlijk iets niet’, teemde de enige intellectueel in het gezelschap (ik zal zijn naam niet noemen, want het was Cees Siekerman) voorzichtig tot Tom. ‘Zou het?’ antwoordde die. ‘Ja hoor, ik zal er maar van uit gaan’, concludeerde Cees.

Tom ging na enig nadenken akkoord, pakte de uitslagenlijst er opnieuw bij en riep vervolgens Peter Koopman tot winnaar uit. Wat opnieuw tot groot tumult leidde. Peter, blozend tot aan zijn haarwortels: ‘Dat eh… lijkt me sterk. Ik heb…’ Wat hij verder nog wilde zeggen, ging verloren in een rinkelende telefoon die in de kleding van de spreker bleek te zitten. Tom viste het apparaat op uit zijn broekzak, loerde met toegeknepen ogen op het display, verschoot vijf keer van kleur, drukte op de ontvangstknop, stamelde iets van ‘ja, nee, ja, ik ben nog, nee lieverd, ja, kan gebeuren, nee, mag niet gebeuren…’, viel stil, drukte bedremmeld op sluiten, zei dat ‘ze’ had opgehangen en mompelde tot groot jolijt van zijn toehoorders: ‘Eh, ik had een boos wijf aan de lijn… Sorry heren, ik moet onmiddellijk naar huis. Ik heb beloofd, dat ik hutspot zou maken.’

Golfen is leuk. Maar toespraken van Tom Bleijendaal zijn nog leuker.

Dolly D. Dogleg