Dat ik Bas die middag voor het laatst zou zien, wist ik natuurlijk niet. Gelukkig maar. De ontmoeting was heel wat minder leuk geweest. Hij stond – nu twee, drie weken geleden – vanaf het gras naast de driving range van Golfbaan Spierdijk, met een in de zon schitterend ijzer, een emmertje ballen weg te slaan. Ze ploften zonder uitzondering aan de overzijde tegen het hek. Bastiaan Pos was een geweldige golfer.

Ik remde, draaide het raampje van mijn auto open en vroeg plagend: ‘Nieuwe wedge Bas?’ Een grap die hij wel kon waarderen. ‘Nee’, antwoordde hij grijnzend, ‘daar heb ik toch echt dit ijzer 2 voor nodig. Maar ik kan er nog niet goed mee overweg’.

Hij was nog bescheiden ook.

Ik leerde Bas kennen via de ‘Spierdijk Open’ die hij – vlak na de oprichting van Golfclub ‘De Koggen’ – samen met zijn Trudi een paar jaar achter elkaar organiseerde. In Duitsland, op de Brunsummer Heide, op ‘Het Regthuys’… Dat ik daarvoor samen met Truus, mijn vrouw, werd uitgenodigd, vond ik heel bijzonder. Meneer Alzheimer immers was al hoog en breed begonnen met het in het bezit nemen van het brein van mijn echtgenote. Wat haar steeds meer beperkingen oplegde. ‘Welke bal is nou van mij?’ ‘Wat voor stok moet ik hier nemen?’

Vond, op een enkele uitzondering na, niemand een probleem. En de organisatie (Bas en Trudi) al helemaal niet. Bas zonder veel omhaal: ‘Truus hoort erbij. Ze gaat mee. Punt uit.’

Een mensen-mens Bas. Op een mooie zondagmiddag, een jaar of wat terug, hadden we tee-times die toevallig vlak achter elkaar lagen. Bas en Trudi eerst, Truus en ik tien minuten later. ‘Daar maken we toch lekker een 4-flight van’, zei Bas (hcp 2) handenwrijvend tegen mij (hcp 23). ‘Ja maar,’ sputterde ik tegen, ‘dat is toch niet leuk voor jullie? Jullie zijn veel te goed’ ‘Onzin’, zeiden Bas en Trudi. En we sloegen af.

Sweet memories. Zo’n middag die je al inlijst op een moment dat je ‘m beleeft. Ik zie het nog zo voor me. Bas die met engelengeduld Truus voordeed hoe ze moest slaan, hoe ze haar stok moest vasthouden, hoe ze door moest zwaaien, hoe ze…

Na afloop dronken we op het terras witte wijn. En proostten we op een mooi en lang leven.

Wisten wij veel. Veertig jaar nog maar. Onbegrijpelijk.

Rob van den Dobbelsteen