“Wij zijn hier niet zo van de ruitjesbroeken” hoorde ik een lid tegen een “nieuwe”zeggen.
Gek, maar ik wist meteen wat hij bedoelde en dat vond ik dan weer gek. Wat heeft onze geliefde golfsport toch met broeken en alles wat deze willen zeggen.
De klassieker is vanzelfsprekend, de ruitjesbroek. Hiermee laat iemand zien dat hij/zij weet hoe het hoort, naar eigen tevredenheid een plaats in de wereld verworven en niet in de laatste plaats een doorgewinterde golfer. Tweedstof, het liefst een knickerbocker met daar onder een wollen kous en bijbehorende pet, is elitair, de drager staat boven de rest, heeft geld en laat dat zien. Het golfniveau doet er minder toe.
Sommigen noemen dat “ballen”, waar zij per definitie boos op worden en “verwoorden” dit in het dragen van een afritsbroek met zakken prominent buiten de pijp. Zij laten zien dat zij de Franse revolutie nog eens dunnetjes hebben overgedaan, oog hebben voor het milieu en er lak aan hebben dat de horzels en teken hun onderbenen beroeren. Hun golfspel rechtvaardigt deze gedachte, ze slaan hard en niet recht. Ook daar zijn ze boos over. Eigenlijk vinden ze een golfclub niets, maar ja, je kunt moeilijk je eigen baan aanleggen.
De bloemenbroek drager zijn veelal dames. Kijk ons eens leuk, vrolijk en gezellig golfen. Zij hebben het huisvrouwenjuk afgeworpen, tijd om te spelen om daarna gezellig te kletsen. Ze spelen niet onverdienstelijk met roze ballen. Wanneer het gaat regenen trekken ze snel hun regenpak aan waardoor het toch weer een trieste aanblik geeft.
Vol bewondering kijken we naar clubgenoten die in witte of zwarte broeken hun ronde na 85 slagen beëindigen. Deze serieuze dames en heren hebben niet zoveel op met de frivoliteiten van hun bewonderaars. Zij hoeven niet naar hun bal te zoeken. Het zou ook geen gezicht zijn om met een broek vol groene en bruine strepen terug te komen. Zij oefenen veel en het is opvallend dat zij nooit vinden dat ze goed gespeeld hebben, het kan immers altijd beter. Rokkendragers met bijpassende cap worden bij ons zelden in het wild waargenomen, jammer, voor de pro.
De gekleurde broekendragers neemt toe. Ik ben best leuk, lijken ze te denken. De grijze haren boven het rood, blauw, paars, groen en geel moeten de indruk wekken dat zij nog midden in het leven staan. Hun golfprestaties wisselen per week en ogenschijnlijk lijden ze daar niet onder, maar zij willen meer. De spijkerbroekendrager wil gewoon golfen. De golfclub is hun vehikel om dit te bewerkstelligen. Met besturen en commissies hebben ze weinig op, ze spelen het liefst hun eigen spelletje.
De grootste groep interesseert dit alles echter niets, ze hebben gewoon een broek aan. Ze willen niets zeggen met hun broek en toch doen ze dat juist wel. Ze zeggen dat ze het allemaal niet zo belangrijk vinden wat anderen denken en doen. Zij willen gewoon golfen op een mooie baan, binnen een leuke club en van al dat gewauwel over broeken, zakt hun broek af.
Wie de broek past, trekke hem aan. Zoveel broeken, zoveel mensen. Het gaat er niet om wat er in zit, maar wat eruit komt, denk ik dan maar.

backspin