width=Definitie

Een waterhindernis is elke zee, elk meer, elke vijver, rivier, sloot, afwateringssloot of andere open waterloop ( of er water in staat of niet) en alles van soortgelijke aard.

De grenzen van een waterhindernis worden afgebakend met paaltjes en lijnen van een gele kleur. Alle grond of water binnen de grenzen van een waterhindernis, maakt deel uit van de waterhindernis.

Als uw bal speelbaar is
(als er weinig of geen water in staat), dan mag u de bal spelen zoals hij ligt maar bij het adresseren van de bal mag u noch de grond noch het water raken met het clubhoofd (evenmin het water of de grond raken bij de backswing). Anders krijgt u 2 strafslagen in stroke play en verliest u de hole in match play.

Als uw bal onspeelbaar is
(water te diep) of als er voldoende zekerheid is om aan te nemen dat de bal verloren is in de waterhindernis ( dwz als u en uw medespelers de bal in het water hebben zien gaan) , dan mag u een bal droppen met één strafslag:
– Hetzij achter de waterhindernis , waarbij u het punt waar de oorspronkelijke bal de waterhindernis kruiste in een rechte lijn houdt tussen uzelf en de hole. Op deze denkbeeldige lijn mag u de bal droppen naar achteren zover als u wil
– Hetzij zo dicht mogelijk bij de plek vanwaar de oorspronkelijke bal het laatst werd gespeeld voor hij in de waterhindernis kwam. Als de bal vanop de afslagplaats werd gespeeld, dan mag u de nieuwe bal ook weer opteeën.

Bronnen:  Gccsybrook.nl en  de NGF

Hier de regels betreffende de rode paaltjes